Schrijf u in op onze nieuwsbrief. De nieuwsbrief verschijnt tussen twee edities van 't Zout

1335

interieurDeze kerk is rond 1335 gesticht, waarschijnlijk door prinses Eleonora van Engeland, echtgenote van Hertog Reinald II van Gelre, bij het toen al bestaande klooster van de minderbroeders Franciscanen. De Franciscanen waren actief in de zielzorg en maakten van hun kerk, hoewel er geen parochie aan verbonden was, een levend centrum van geestelijk leven. Broederschappen en gilden hadden er hun altaren en bijeenkomsten.
 

Geert Grote

De grondlegger van de geestelijke vernieuwingsbeweging de Moderne Devotie, Geert Grote (14e eeuw) en zijn volgelingen, de Broeders en Zusters van het Gemene Leven, kwamen vaak in deze kerk.
 

De Reformatie

Evenals de Bergkerk en de Grote- of Lebuinuskerk werd ook deze kerk na de Reformatie aan de protestanten toegewezen. In de 18e eeuw was zij de zetel van de Waalse gemeente en als zodanig trefpunt voor de hogere maatschappelijke kringen in de stad. In de Franse tijd (1795) maakten soldaten de Broederenkerk tot magazijn en ruïneerden het interieur.
 

Weer katholiek

In 1795 werd de kerk bij herverdeling van de kerkgebouwen onder de plaatselijke kerkgenootschappen toegewezen aan de katholieke gemeenschap.
 

Restauratie en uitbreiding

In de jaren 1865-1868 werden belangrijke werkzaamheden aan de Broederenkerk uitgevoerd door de Rotterdamse architect H.J. van der Brink. Hij was een toonaangevend architect, vertegenwoordiger van de zogenaamde “stukadoorsgotiek” vóór Cuypers.
Hij werd bijgestaan door de jonge opzichter G. te Riele (1833-1911), die naderhand nog veel zou bouwen in Deventer. De kerk werd gerestaureerd en aan de oostkant verlengd. Voor het hoofdschip bouwde men een neogotisch portaal.
In 1886 werd de hoge neogotische dakruiter geplaatst ter vervanging van het bouwvallig geworden torentje. Ontwerper was waarschijnlijk de genoemde te Riele, inmiddels zelf architect.
 

Gotische kerk

De kerk is een tweebeukige gotische hallenkerk, maar heeft door de dakruiter en het portaal een neogotisch uiterlijk. Dat laatste geldt nog sterker voor het interieur, met name de meubilering.
 

ramenDe ramen
 

 

Interieur

Te noemen zijn voorts:
  • de kruiswegstaties uit 1857 door de Amsterdamse schilder C.F. Philippeau (1825-1897), die in 14 taferelen het leven van Christus verbeeldde;
  • het doopvont uit 1852 van J.Th.Stracké (1817-1891);
  • de preekstoel ui 1838 door de Deventer beeldhouwer G. van Poorten (1804-1874);
  • de reliekschrijn uit 1891 door J.H.Brom
     
 
De gebrandschilderde ramen zijn vervaardigd door twee van de meeste bekende katholieke ateliers, te weten Mengelberg in Utrecht en de gebroeders Nicolas in Roermond. Mengelberg maakte onder meer de Lebuïnus-taferelen (1915) in het grote schip, terwijl Nicolas de levens van Willibrordus (1911) en Bonifatius (1922) uitbeeldde.De muurschilderingen zijn van de hand van Jan Dunselman (1863-1931).
 
orgel
(1860-1915). Het orgel is in 1868 gebouwd door de Duitse gebroeders Ibach in een kast van de Deventer beeldhouwers van Poorten, in 1954-55 uitgebreid door de fa.Verschuren.
 

Grote veranderingen

De kerk is in 1972 inwendig opnieuw gewijzigd, waarbij het liturgisch centrum werd verplaatst. Tijdens het verwijderen van de vloer werden in dat jaar een groot aantal grafzerken en-stenen gevonden waarvan de belangrijkste in de nieuwe vloer zijn ingepast.
In de jaren 1982-1984 is het gebouw grondig gerestaureerd in constructieve zin onder leiding van architectenbureau Roebbers en Klein Douwel.
 

Stiltecentrum
 

 
 
antoniusIn 1992 is bij de entree van de kerk een stiltecentrum aangebracht. Dit wordt dagelijks door vele mensen bezocht om in de drukte van de stad tot rust en gebed te komen.