Schrijf u in op onze nieuwsbrief. De nieuwsbrief verschijnt op dit moment tijdelijk niet op vaste tijdstippen

De Titus Brandsma Parochie kent dus een heel lange voorgeschiedenis, nl. de geschiedenis van Schalkhaar. Dit is al af te lezen uit de officiële naam die de parochie Schalkhaar had tot 1 juli 1980: “De H. NICOLAAS PAROCHIE VAN KOLMSCHATE” te Schalkhaar. Bij de viering van het 300 jaar bestaan van deze parochie werd een boek uitgegeven waarin deze geschiedenis uitvoerig beschreven wordt: “SCHALKHAAR (zicht op kerk en dorp)".

De recente voorgeschiedenis van de Titus Brandsma Parochie heeft alles te maken met de jarenlange strijd tussen Deventer en Diepenveen om ‘leefruimte‘. Op zoek naar uitbreidingsmogelijkheden was Deventer al een hele tijd bezig met het idee van een dubbelstad aan beide zijden van de IJssel, omdat Diepenveen zich met hand en tand verzette tegen de aantasting van haar “groen” gebied.
Om Deventer uiteindelijk toch wat tegemoet te komen start Diepenveen in 1972, met toestemming van minister Schut, met de bouw van 940 woningen, ten bate ook van Deventenaren, in de wijk “Het Oostrik” in Colmschate. Deze wijk werd aanvankelijk een landelijk voorbeeld van moderne wijkinrichting. Ook al lag het volkomen geïsoleerd, middenin een polderlandschap en was er vanaf het begin de enige wijkvoorziening: de scholen, ondergebracht in houten barakken.
Pastoraal gezien viel deze wijk onder de Nicolaas parochie te Schalkhaar, waar Jo Schievels, toen 54 jaar oud, pastoor was. De R.K.Basisschool, onder verantwoordelijkheid van de “Stichting, het bestuur van de St.Bernardusscholen” , gelegen aan de Batenburg, ging in augustus 1973 o.l.v. Jan Donath van start met acht leerlingen voor de basisschool en met vijf voor de kleuterklas o.l.v. Mieke Blom. Basisschool en kleuterklas waren nog apart.
Deze school werd de eerste ontmoetingsplaats voor de katholieke gezinnen die in Het Oostrik kwamen wonen en die er reeds lang woonden en daarom “oud-Colmschaters” genoemd werden. Natuurlijk werd er op de katholieke scholen godsdienstles gegeven. Van begin af aan werd het catechese project afgesloten met een Eucharistieviering, waarbij de pastoor voorging. Ook de ouders van de kinderen waren hierbij aanwezig. En al heel gauw ook ‘de oud- Colmschaters‘. Dit gebeurde ongeveer 1x in 6 à 7 weken in het kleuterlokaal van de school, waar in het begin ruimte genoeg was voor dit kleine aantal katholieken dat toen Het Oostrik bevolkte. Ondanks dat het slechts enkele keren per jaar gebeurde, was er voor deze viering volop belangstelling vanuit de wijk.
Op 1 juli 1974 werd Colmschate officieel ingelijfd bij Deventer. Dit gebeurde echt niet tot genoegen van de Colmschaters, die dit als een bedreiging zagen van hun dorpsgemeenschap. Zij staken hun ongenoegen dan ook niet onder stoelen of banken. Op 9 oktober 1974 werd er door burgermeester Bolkenstein een supermarkt (4 = 6 van de Spar) geopend, met aangrenzend een apotheek, een bank en een snackbar. Het hele complex, was gelegen aan de Doornenburg, waar nu de Titus Brandsma kerk staat. Dit wingewest van Deventer werd genoemd: “GROOT COLMSCHATE”.

De eerste aanzetten tot een nieuwe geloofsgemeenschap / parochie.
Het handjevol katholieken in het Oostrik zat niet stil. Gestimuleerd door de belangstelling en het hoofd van de school, die zelf in Het Oostrik woonde en ook contactpersoon was van de werkgroep “Gemeenschapsopbouw in Het Oostrik”, werd het initiatief genomen om de katholieken ook in Colmschate de gelegenheid te bieden samen Eucharistie te vieren. De afsluiting van het catechese project bood daartoe de kans. Dit leidde tot het vormen van een ‘werkgroep liturgie’. Zo vond de eerste eucharistieviering voor de katholieken in Colmschate plaats op 5 oktober 1974 in de kleuterklas, met als thema: “ONTMOETING”. Het teamkamertje diende als sacristie en het klaslokaal van Jan Donath als ontvangstruimte,waar men begon met een bakje koffie. Het inrichten van de kleuterklas tot kapel, het koffiezetten, de zorg voor de crèche en het kosterwerk werd onderling keurig verdeeld. Deze viering vond van toen af ongeveer 1x per maand plaats.

Het feit dat de gemeente Deventer “Het plan Colmschate 75” publiceerde, dat de bouw van 2200 woningen inhield, maakte het dekenaat Deventer blijkbaar niet wakker om bij deze stedelijke ontwikkeling de vinger aan de pols te houden. Het is dhr. van Maastricht, directeur van de dienst openbare werken, die aan de bel trekt omdat de kerken op een eerder verzoek van de gemeente om te praten over de planning van een kerkaccommodatie, niet gereageerd hadden. Op 11 februari 1976 heeft er dan een bespreking plaats waarbij aanwezig waren: de gemeente - dhr. van Maastricht, het dekenaat - deken van Oostrum, Schalkhaar - pastoor Schievels Kaski - dhr. Van Zoelen. Het resultaat van deze bespreking is dat er een commissie gevormd wordt voor de kerkbouw in Colmschate. Alleen de Ned.Herv.gemeente had hier een kerk.aan de Holterweg.
Deze commissie kreeg later de naam: Commissie van Overleg ( CvO) De leden van deze commissie werden:
- pastoor Schrijver - voorz. (dekenale beleidscommissie)
- pastoor Schievels - lid (parochie Schalkhaar)
- Ing.Van den Berg - lid (penm.parochie Schalkhaar)
- Jan Donath - lid (schoolhoofd Colmschate)
- Henk Olthof - secretaris (Colmschate)

De eerste bijeenkomst van deze club vond plaats op 3 maart 1976 in de pastorie van Schalkhaar.
De groep katholieken in Het Oostrik wilde verder; zij wilden naar een veertiendaagse viering toe. De pastoor had echter al laten merken dat hem dat te veel werd en dat zij dan naar een andere priester zouden moeten zoeken. Op 30 maart 1976 zou er een bijeenkomst zijn van de beminde gelovigen in Het Oostrik en zou dit thema zeker weer aan de orde komen. Dus moesten ze zorgen dat ze een andere priester beschikbaar gevonden zouden hebben. Daarom belde Jan Donath, op weg naar die bijeenkomst, eerst even aan op Boerhaavelaan 3 bij de paters Carmelieten om pater Megens, leraar catechese aan het GGC, te polsen of die in principe bereid zou zijn hen te helpen. Met een positieve toezegging ging Jan naar Colmschate. Een veertiendaagse viering zat er nog niet in. Maar om de haalbaarheid te toetsen werden er tot de grote vakantie toch enkele vieringen gepland waarin pater Megens zou voorgaan. Hij was wel een keer als leraar/mentor van een brugklas op bezoek geweest bij de fam. Jeurnink daar heel dicht bij de spoorwegovergang. Dat het gebied waar de familie Jeurnink woonde ‘Het Oostrik’ genoemd werd was hem volslagen onbekend en van de nieuwbouwwijk ’Het Oostrik’ was toen nog geen sprake. Nu zou hij daar voor het eerst kennis maken met de nog heel kleine geloofsgemeenschap, maar het werd wel een boeiende.
In diezelfde vergadering in maart sprak men zich, met het oog op de toekomst, uit voor een eigen kerkruimte, indien financieel haalbaar. Ook werd er een commissie ‘ad hoc’ benoemd om te komen tot het vormen van een wijkraad. Dit werden de leden van die commissie: de dames Tineke Donath en Nel Schasfoort en de heren Gustin, Henk Kemerink, Monsanto en Fred Velner. Zij slaagden er in binnen vrij korte tijd een wijkraad ofwel sub-parochieraad voor elkaar te krijgen en op 11 mei reeds de eerste vergadering te houden. En zo zag die sub-parochieraad er uit:
- Voorzitter           Nel Schaaksport - zij behartigde ook de verwelkoming van nieuwkomers.
- Penningmeester  Henk Kemerink - hij functoneerde ook als koster.
- Secretaris           Henk van Uitert - lid van de parochieraad in Schalkhaar namens Colmschate.
- Lid                     Jan Klein Zwormink - ook lid van de parochieraad in Schalkhaar namens Colmschate
- Leden                 Mvr. De Vries, dhr.Gustin en Fred Velner.

Het ‘zonnebloemwerk’ werd ter hand genomen door de dames Toos Klein Swormink en Mevr.Kamp. Voor het missiewerk meldde zich nog niemand. In mei 1976 kwam pater Megens voor de eerste keer naar Het Oostrik om voor te gaan in de viering. Dat werd voor hem een heel boeiende ervaring. De schoolkinderen, zowel jongens als meisjes, hielpen als misdienaars en zowel voor als na de viering stak iedereen de handen uit de mouwen om de boel klaar te zetten en weer op te ruimen.
In mei stuurde de structuurcommissie van het bisdom een nota waarin zij adviseerde het gebied Colmschate, omwille van de pastorale zorg, toe te voegen aan de Johannes Vianney parochie. Binnen het dekenaat werd hierop echter met grote vraagtekens gereageerd. Het verlangen om na de vakantie de 14-daagse vieringen voort te zetten vervuld te krijgen, hing dus af van het vinden van een priester die daaraan zou willen meewerken. Pater Megens had toegezegd tot aan de grote vakantie en meer niet. Toch ging Henk Kemerink in augustus nog maar eens op bezoek bij pater Megens om te zien of hij hem zou kunnen bewegen na de vakantie te blijven helpen. De boeiende ervaring die pater Megens in Colmschate had beleefd, had z’n werk gedaan. Pater Megens zegde zijn medewerking toe. Dat deze medewerking van harte werd ondersteund door Schalkhaar, kon moeilijk beaamd worden, gezien het feit dat er vanuit Schalkhaar niet gezorgd werd voor liturgische kleding - die moest de pater zelf maar meebrengen- en dat het soms zelfs moeilijk was om wijn en hosties te krijgen.

De kerkaccommodatie in Colmschate.
De kleuterklas werd door de groeiende geloofsgemeenschap geleidelijk aan te klein en de vraag naar een grotere ruimte steeds dringender. De CvO zoekt daarom contact met de Ned.Herv.Gemeente, die in Colmschate over een eigen kerk beschikt. Op 29 september 1976 vond er in Het Open Hof een eerste bijeenkomst plaats van de R.K. Kerk, de Ned. Herv. Kerk en de Ger. Kerk m.b.t. het thema: ‘De kerkaccommodatie in Colmschate‘. Men dacht in de richting van een gemeenschappelijke accommodatie. De gesprekken verliepen erg moeizaam omdat de Ned. Herv. Kerk geen enkele behoefte had aan een nieuwe accommodatie. Op korte termijn bood dit gesprek in elk geval geen uitkomst voor de snel groeiende katholieke gemeenschap. Vandaar dat de CvO op 10 november 1976 een brief richtte aan de Ned. Herv. Kerk met de vraag of de katholieken in Colmschate in de weekenden gebruik zouden kunnen maken van hun kerk en het kerkzaaltje. Op 20 december 1976 kwam er van de N.H.Kerk antwoord dat de kerkvoogdij bereid was de kerk te verhuren voor f.90 per dienst.
Ondertussen waren de plannen van de gemeente voor de bouw van een tweede wijk, ten noorden van Het Oostrik, m.n. Groot Douwel, al in een ver gevorderd stadium. Daarom schreef wethouder v.d. Bemt op 13 januari 1977 een vergadering uit om met de kerken van gedachten te wisselen over de mogelijkheid om als kerken eventueel gebruik te maken van multifunctionele accommodatie die in Groot Douwel gebouwd zou gaan worden.
Wat waren de behoeften van de kerken?
- De N.H. Kerk had geen behoefte aan een kerkruimte, maar wel aan een ruimte voor de Zondagsschool.
- De Ger.Kerk gaf te kennen bij de ontwikkelingen betrokken te willen blijven.
- De R.K.Kerk had geen standpunt.
Voor de bouw van een afzonderlijke kerk zal de gemeente Deventer in Groot Douwel geen gronden reserveren, zo luidde het bericht uit het stadhuis. Op 27 januari 1977 kwam in Colmschate in vergadering bijeen de CvO, de sub-parochieraad en werkgroep liturgie van Colmschate en het kerkbestuur van Schalkhaar. Men besloot:
- dat men zou gaan onderhandelen met de N.H. Kerk over de huurprijs van de kerk.
- dat men in het vervolg zou spreken van “pastorale werkgroep” i.p.v. subparochieraad.
- dat men bij het bisdom een aanvraag zou indienen voor een halftime kracht voor Colmschate. Pastoor Schievels, die door het vertrek uit Deventer van pater Leusink o.carm. er alleen voor kwam te staan, liet zich ontvallen: “er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat ik na de vakantie niet terugkom in Colmschate”.
In Colmschate ging de volgende uitnodiging + berichten de deur uit:                                                                                                                      

Colmschate, febr.1977.

Aan de parochianen van de St.Nicolaasparochie te Groot Colmschate.
Op Zaterdag 5 februari a.s. om 17.00 uur zal er weer een dienst worden gehouden in de St.Bernardusschool op Het Oostrik. Het thema luidt: ' Tot leven brengen' . Het is een z.g. boekjesdienst. Priester is pater Megens.
Wist u overigens dat:
- tijdens de vorige dienst het collectegeld gestolen is.
- dat ook de collecteschaal verdwenen is.
- wij nog steeds hopen dat in elk geval de schaal weer wordt terugbezorgd.
- er besprekingen gaande zijn om met ingang van maart veertiendaagse missen te vieren in de Hervormde kerk te Colmschate.
- deze kerk 300 plaatsen heeft. Diegenen die op Het Oostrik wonen, maar nu de diensten niet meemaken, dan niet bezorgd hoeven te zijn in een te kleine ruimte te moeten zitten.
- de liturgiegroep het sterke vermoeden heeft dat tijdens de enquête mensen die zich tegen een themadienst hebben uitgesproken, die deze nog nooit in de school hebben bijgewoond.
- de kosten van het huren van de kerk in Colmschate zodanig zijn dat er veel geld bij moet.
- de opbrengsten van de collecte ( + plaatsengeld) dus groter moeten zijn.
- u nog steeds uw gezinsbijdrage kunt opgeven.
- gemikt wordt op 1% van uw inkomen.
- u zelf mag uitmaken of dat uw bruto of netto inkomen zal zijn.

                                                                                                                          



In Analecta van het Aartsbisdom lezen we dan:
Vacatures in het Aartsbisdom; per 1 februari 1977 Deventer Colmschate: een pastor ( half-time) voor de nieuwe wijk.

Deze oproep had pater G. Megens o.carm. ook gelezen. Achter de schermen praatte hij daar over met zijn medebroeders pater Gemmeke en pater Bos. Zij besloten een brief te schrijven naar vicaris Vermeulen dat pater Megens bereid was dat stukje basispastoraat op zich te nemen. Deze brief ging 6 februari 1977 verzonden.
Tijdens een vergadering van de werkgroep liturgie ter voorbereiding van de komende viering verzuchtte Henk Olthof: “Als we maar eens een eigen pastor hadden! “. Hij moest eens weten! Dacht pater Megens toen bij zichzelf.
Telefonisch volgt er een afspraak van pater Megens met vicaris Vermeulen in Deynselburg. En in een brief dd 14 maart 1977 schrijft de vicaris dat pater Megens m.b.t. het pastoraat in Colmschate contact moet opnemen met deken van Oostrum. Dit gebeurde op 17 maart. Hoewel dit een vriendelijk gesprek was, kon men niet spreken van een groot enthousiasme om er nu snel werk van te maken. Een ellen lange procedure moest er gevolgd worden voordat er wat duidelijkheid in zou komen. Daarom nam pater Megens op 1 april 1977 zelf maar weer het initiatief en belde de deken of hij niet rechtstreeks de mensen in Colmschate kon benaderen, ook omdat hij met het GGC tot afspraken moest komen m.b.t. het aantal lessen voor het komend schooljaar. Op zijn advies bracht pater Megens toen eerst pastoor Schievels op de hoogte en kwam er een beetje beweging in. Op 12 april 1977 vond het eerste gesprek plaats in de pastorie van Schalkhaar in aanwezigheid van Deken van Oostrum, pastoor Schievels, Ing,v.d.Berg, penm.van het kerkbestuur, dhr. Rademaker, voorz.van de par.raad en Jan Klein Swormink uit Colmschate.
Afgesproken werd:
- aanstelling aanvragen voor één jaar;
- daarna bekijken alle partijen de zaak opnieuw en bespreken dit samen om dan tot definitieve afspraken te komen.
Maar eerst moesten nog verschillende partijen gehoord worden.
Ook in Colmschate werd nu bekend dat een eigen pastor dichtbij was. Toen pater Megens op 20 april 1977 van Henk Olthof vernam dat tot nu toe alle besprekingen positief waren verlopen, schreef hij op 25 april 1977 aan het schoolbestuur van het GGC dat hij voor het komend schooljaar 77-78 nog slechts 9 lessen zou aanhouden. Op 5 mei 1977 vond er nog een afrondend gesprek plaats in Schalkhaar, waarbij alleen pastoor Schievels en dhr. Rademakers namens Schalkhaar en Henk Olthof en Jan Klein Swormink namens Colmschate aanwezig waren. Het had er alle schijn van dat het kerkbestuur van Schalkhaar op vakantie was, want de brief van het kerkbestuur met het verzoek om pater Megens te benoemen voor het pastoraat in Colmschate ging pas 22 mei 1977 op de post.
In een brief van 14 juni 1977 werd pater Megens door kardinaal Willebrands tot pastor benoemd voor het gebied Groot Colmschate, in dienst van het kerkbestuur van Schalkhaar en met ingang van 15 augustus 1977. De benoeming gold voor één jaar, en wel twee dagen per week. Dit betekende een hele opluchting voor de mensen in Colmschate, want nu konden zij wat vrijer aan de slag om een eigen geloofsgemeenschap op te bouwen.
Op 29 juni 1977 vergaderde de werkgroep liturgie en de pastorale werkgroep, waarbij ook de nieuw benoemde pastor aanwezig was. Toen de planning van de vieringen aan de orde kwam, dacht pastoor Schievels er blijkbaar niet aan dat er per 15 augustus ieder weekend een pastor beschikbaar was. Of speelde een verborgen agenda een rol? Hij hield immers vast aan 14-daagse diensten. Maar de vergadering tekende daar protest tegen aan en wilde ten bate van de opbouw van de geloofsgemeenschap een regelmatige wekelijkse dienst houden. Dat kost echter geld! Was dat de reden?! In ieder geval moest de penmeester er aan te pas komen. Ook die had er dus moeite mee, maar moest uiteindelijk toch akkoord gaan. Dus ging er op 29 juli een brief van de CvO naar de kerkvoogdij van de N.H.Kerk om de huur van de kerk te continueren, maar de 14-daagse dienst om te zetten naar een wekelijkse, met ingang van 20 augustus. Dit eerste gevecht was door Colmschate gewonnen.

Een eigen gezicht.
Op 15 augustus 1977 begon pater/pastor Megens aan zijn opdracht een nieuwe gemeenschap in Colmschate op te bouwen met een vergadering van de pastorale werkgroep.
- Aad Lansbergen werd voorzitter van de pastorale werkgroep.
- In de P.M. (Parochie Mededelingen) kwam een eigen rubriek “Groot Colmschate”.
- Er zou een inventarisatie van de wijk worden gemaakt.
- Iedere vrijdagavond van 6 tot 8 uur hield de pastor spreekuur , waarvoor Jan Donath graag het teamkamertje in de Bernardsschool, Batenburg 850, beschikbaar stelde.
- 12 november zou de benoeming gevierd worden en een kleine commissie werd ingesteld ter voorbereiding.
- Nel Schasfoort zou Colmschate gaan vertegenwoordigen in de D.A.R. ( Dekenale Adviesraad)
- Henk van Uitert zou zich aansluiten bij de dekenale missieraad.
Zo werd a.h.w. een nieuwe start gemaakt en ging de geloofsgemeenschap in “Groot Douwel” een eigen gezicht tonen. Om over een eigen liturgisch gewaad te kunnen beschikken ging de pastor samen met Afra v.d.Maat en Nel Schasfoort naar Driebergen, waar de zusters hem de maat namen voor een kovel met daarbij de verschillende stola’s. Deze werd hem door de jonge gemeenschap aangeboden. Gestimuleerd door het enthousiasme van de geloofsgemeenschap in Colmschate begon de nieuwe pastor vanuit de Boerhaavelaan in Deventer aan het huisbezoek in Colmschate bij de zg. ‘Oud-Colmschaters‘.
Een vaste werkplek in Colmschate was er nog niet, behalve de school en het huis van de fam. Olthof aan de Kannenburg, waar de werkgroep liturgie haar bijeenkomsten hield. Overeenkomstig een besluit dd 11 juli 1977 werd de pastor geen lid van de CvO maar werd hij wel voor alle vergaderingen uitgenodigd. Op 19 september werd de pastor lid van de ‘Cie.ter voorbereiding van het oprichten van een projectbestuur in Colmschate‘, waarvan Joop van de Meer later voorzitter zou worden. Zelf schreef de pastor zich in voor een cursus ‘Voortgezette Pastorale Vorming’ in Haarlem, die op 30 oktober begon. Hiervoor reisde hij iedere maandag tot mei 1979 per trein naar Haarlem. Op 12 november vierde Groot Colmschate officieel de tijdelijke aanstelling van de pastor met een feestelijke eucharistieviering in de N.H. Kerk. Voor het eerst viert Colmschate het Kerstfeest in eigen huis d.w.z. in de N.H. Kerk; zelfs met een kerststal onder de immens grote kerstboom; iets nieuws voor de N.H. Gemeente. Het bewogen jaar 1977 kon worden afgesloten met grote dankbaarheid. Na de eucharistieviering werden alle kerkgang(st)ers getrakteerd op een oliebol.
Groot Douwel was in aanbouw, de plannen voor Blauwenoord waren in de maak. De kwantitatieve groei was verzekerd, de kwalitatieve groei moest bevochten worden.

Het jaar 1978.
Het nieuwe jaar werd vol goede moed gestart met een bijeenkomst op 9 januari in de school aan de Batenburg. Alle mensen die op een of andere manier bezig waren werden hierbij uitgenodigd om zo de onderlinge band te versterken en een ‘gemeenschap’ op te bouwen. Ook de CvO was uitgenodigd. Jammer genoeg liet pastoor Schievels het afweten.
Om de samenwerking tussen de verschillende groepen te bevorderen werden er contactpersonen aangesteld. Een proefexemplaar van een informatieblaadje voor nieuwkomers werd aangeboden. Een begroting voor 1978, toegestuurd aan de CvO, werd besproken. Men hoopte de goedkeuring hiervan te krijgen van het parochiebestuur, want daarmee zou men duidelijkheid kunnen verschaffen naar de parochianen in Colmschate m.b.t. de bestemming van het geld van de Actie Kerkbalans 1978 en zo de mensen stimuleren aan deze actie mee te doen. Besloten werd ook om de P.M. - waarvan soms tientallen exemplaren gevonden werden in een trappenhuis - niet meer door kinderen te laten bezorgen, maar als geloofsgemeenschap zelf de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor een goede verspreiding. Na de pauze werd er een dronk uitgebracht op het nieuwe jaar en op het welzijn van deze jonge geloofsgemeenschap.
Voor de moederparochie werd 1978 blijkbaar een moeilijk jaar. De nieuwe club in Colmschate kreeg steeds meer een eigen gezicht, maar ook steeds sterker het gevoel dat ze beschouwd werd als een ongewenst kind. De CvO vergaderde 10 januari in de pastorie van Schalkhaar, maar de pastor van Colmschate was daarbij niet gewenst. Pastoor Schievels, die al geruime tijd de vergaderingen niet meer bijwoonde, trok zich helemaal terug en liet zich vervangen door de heer Schopman, lid van de parochieraad. Er werd nog eens duidelijk op een rijtje gezet waaraan Colmschate zich te houden had. Schopman vroeg zich af of het nog wel zin had dat Groot Colmschate zitting had in de parochieraad van Schalkhaar. De door Colmschate ingediende begroting kreeg geen goedkeuring en zou die ook nooit krijgen.De gevolgen van deze opstelling van de moederparochie zouden dan ook niet uitblijven.
De wijkvereniging in Colmschate kreeg met veel moeite naast het “Trefpunt” ook de beschikking over “de Boerderij” als gemeenschapsruimte. Het gebruik van de N.H. Kerk betekende ook dat er oecumenische contacten gelegd werden. Zo vond er tijdens de Internationale bidweek een oecumenische gebedsdienst plaats in de N.H. Kerk. Ds. Kalksma, ds. Polhuis en pastor Megens gingen daarin voor en deze laatst genoemde hield de overweging.
Tom Borgers startte op 20 januari een Bijbel-gespreksgroep, die eenmaal per maand bij elkaar kwam. Het contact met de school, die via Jan Donath deze pastor had binnen gehaald, groeide uit tot een heel prettige samenwerking.
Trees Deten, onderwijzeres van de tweede klas, begon 1 februari met de voorbereiding van de kinderen op de eerste communie en verzorgde ook de ouderavonden. De pastor, die zich nog nooit eerder daarmee had bezig gehouden, was er bij, keek toe, luisterde en leerde. Op 16 april werd dit goed voorbereide communiefeest voor de eerste keer in eigen kring gevierd.
Ook voor de vieringen van de Goede Week: Witte Donderdag, Goede Vrijdag en de Paaswake, hoefden de parochianen in Colmschate hun toevlucht niet meer elders te zoeken.
De leden van de Zonnebloem, die tot nu toe voor de afdeling Schalkhaar gewerkt hadden, besloten vanaf 5 mei een zelfstandige afdeling Colmschate op te richten. Op 17 mei besluit ook de M.O.V.groep onafhankelijk van de Nicolaasparochie te gaan werken. In juli ontdekt de pastor een adres aan de Zwolseweg waar hij de gegevens van de gemeente omtrent verhuizing en vestiging van nieuwe bewoners kan krijgen t.b.v. een goede administratie en de verwelkoming van de nieuwe bewoners in Colmschate. Zo was trouwens de hele administratieve kant van het basispastoraat voor hem een ontdekkingsreis op eigen krachten, zonder enige collegiale informatie of advisering t.a.v. bijvoorbeeld het gebruik van doop-, huwelijk-, vormsel- en dodenboek.
Mieke Blom, leidster van de kleuterschool, ging weg en werd opgevolgd door Corrie Bos. Het eerste huwelijk dat in Colmschate gevierd werd, was het huwelijk van Dirk Brinkman en Anneke Dijkman in de N.H. Kerk.
Het koor, met 4 man begonnen, was aardig uitgegroeid en koos zich een eigen bestuur: voorz. Henk Kemerink, secr. Ans Borgers, penm. Wendy Gerritsen, dirigent: Theo Mokking. De pastor, nog steeds verbonden aan het GGC, liet de rector weten dat hij zich helemaal ging wijden aan de opbouw van Colmschate en vroeg ontslag aan als leraar-katecheet. Daarna ging hij van 18 tot 21 juli op zomerkamp met de Overijsselse Scoutinggroep van lichamelijk gehandicapte kinderen, waarvan hij aalmoezenier was. Er zat in Colmschate dus volop muziek in. Maar er zat nog veel meer muziek in, zij het wat valse muziek. Half april wees de pastor de CvO er op dat zijn benoemingsperiode van één jaar in zijn laatste fase was; dat er dus stappen ondernomen moesten worden om de benoeming definitief te maken; want de pastor zag het bij die enthousiaste club in Colmschate best zitten. De CvO liet dan ook op 26 april een brief uitgaan naar het kerkbestuur m.b.t. de benoeming van de pastor. Daags daarna deed de pastorale werkgroep hetzelfde, met hun advies. Het werd wachten op antwoord; wachten tot 9 juli. Het antwoord luidde toen dat het kerkbestuur de pastor nog één jaar tijdelijk wilde aanstellen. Dit, zonder overleg met de pastor of met wie dan ook, maar wel in strijd met de gemaakte afspraken. De pastor reageerde hier schriftelijk op dat hij minstens eerst een gesprek hier over wilde hebben met het kerkbestuur. Tevens stuurde hij een kopie van deze correspondentie naar de bisschop, die in een schrijven d.d. 27 juli 1978 de benoeming met één maand verlengde. Het zou nog gekker worden! De CvO, die vond dat het kerkbestuur van Schalkhaar een zeer onbevredigende procedure volgde, schreef d.d. 28 augustus een brief en bevroor voorlopig al haar activiteiten. Het kerkbestuur wist toen niets anders meer te doen dan een vergadering uit te schrijven voor het dekenaat, kerkbestuur, CvO, pastorale werkgroep Colmschate en pastor Megens. Deze vergadering zou 4 september plaats vinden, maar het werd 11 september. Toen werd duidelijk wat het kerkbestuur voorstond. Het wilde van Groot Colmschate af en moest dus maar zelfstandig worden. Maar hoe kan dat? Colmschate had er niet om gevraagd. Het was immers onmogelijk dat Colmschate, dat alleen nog maar de wijk Het Oostrik omvatte, zich zelf financieel zou kunnen bedruipen. Natuurlijk wilde Colmschate wel op eigen benen staan, maar dan moest dat wel met een gezonde financiële basis mogelijk gemaakt worden. De CvO wordt dan gevraagd of zij dit aspect van de zaak wil bekijken. Hoewel niet enthousiast gaat de CvO hiermee akkoord en aan het werk. Op 15 september ontstond er opnieuw een vreemde situatie. De verlengde benoeming van pator Megens liep op die dag af. Dus werkte de pastor zonder officiële aanstelling verder. De CvO was ook weer aan de slag gegaan. Zij schreef de pastor om nu maar positief te reageren op de brief van het kerkbestuur d.d. 9-7, omdat naar hun inzicht het kerkbestuur door het uitschrijven van de vergadering d.d.19-9 feitelijk aan het verzoek van de pastor zou hebben voldaan. Nou, dat werd door de pastor zo niet ervaren! Maar goed, hij wilde best op dat verzoek van de C.v.O. ingaan, maar wel nadat hij eerst contact had gehad met vicaris Vermeulen Na zijn telefoongesprek met de vicaris ( 10-11) schreef hij het kerkbestuur een brief dat hij akkoord ging met de benoeming voor nog één jaar en waarom. Op 21 december werd zijn benoeming opnieuw verlengd tot 15 augustus 79. Eind november kwam het eerste concept voorstel van de C.v.O. binnen m.b.t. financiering van de toekomstige nieuwe parochie. De pastorale werkgroep vond het een goed stuk werk, maar was het met de uitgangspunten niet eens. Deze bleken echter niet ter discussie te staan, met het gevolg dat het hele verdere proces hierdoor zeer onplezierig werd beïnvloed (12-12) Er gebeurde in Colmschate ook prettiger dingen: nieuwe initiatieven. De school gaf een foldertje uit om nieuwe inwoners van de wijk te informeren over de katholieke school, waar de gemeente nogal in gebreke bleef. De parochie i.o. ging een eigen parochieblad uitgeven, waarvan Simon en Corrie Bos de eerste redactie vormden. Zij namen ook het initiatief om met Kerstmis een ‘levende kerststal’ te organiseren. Een oproep om medewerking in het eerste nummer van “Teken van Leven” - de naam van het nieuwe parochieblad- had succes (2-11), De Zonnebloem afd.Colmschate vierde (15-12) voor het eerst Kerstfeest in het zaaltje van de N.H.Kerk, waarbij de dames van de beide kerkkoren de zang verzorgden. De schoolkerstviering vond plaats op 22 december De nachtmis werd gevierd in de N.H.Kerk om 19.30 uur. De tweede kerstdag was er de ‘Levende Kerststal’ in de boerderij van de fam. Klein Douwel en werd ondanks het slechte weer een groot succes.De organisatiegroep was na de evaluatie dan ook dik tevreden en nam zich voor dit evenement om de twee jaar te organiseren. Met een gezellig samenzijn werd dit project afgesloten. Van het jaar 1978 nam men afscheid met een Eucharistieviering om 17.00 uur. En voor iedereen was er opnieuw een oliebol!

Het jaar 1979.
Ter inleiding van het nieuwe jaar kwamen op 8 januari alle werkgroepen bijeen in de school voor overleg en een gezellige ontmoeting, ook al was te voorzien dat het komend jaar beheerst zou gaan worden door vergaderingen aangaande de financiering van de op te richten parochie, waardoor de geleidelijk uitbouw wel wat te lijden zou krijgen. De gesprekken van het schoolteam over de schoolcatechese werden toegankelijk gemaakt voor belangstellende ouders.Aanvankelijk met succes; later zou die belangstelling erg afnemen. Op 18 januari kwamen de medewerk(st)ers van de actie “Kerkbalans ‘79“..bij elkaar om daarmee van start te gaan. En op 29 januari begon men al aan de voorbereiding op de eerste communie, die bij Trees Deten in goede handen was. De vergaderingen van de pastorale werkgroep in februari werden vooral besteed aan de bespreking van het tweede concept van de C.v.O.aangaande de financiering. Aan de uitgangspunten was niets veranderd ondanks het commentaar op het eerste concept. Aan Ad v.d.Bemt ( ex-wethouder) en aan de econoom van de Carmelorde wordt gevraagd dit concept ook eens te bekijken. Beide vonden de uitgangspunten en de manier van berekenen een vreemde gang van zaken. Deze uitgangspunten bleven ook in de vergadering van 12 maart een moeilijkheid. Daarom zou Colmschate haar opvattingen neerleggen in een tegenbegroting.Op 4 mei kwam eindelijk het eindvoorstel van de C.v.O. binnen. In de vergadering daarover op 14 mei kon de pastorale werkgroep met verschillende punten akkoord gaan, maar niet met de begroting, die op die vreemde uitgangspunten gebaseerd was. De pastorale werkgroep sprak dat duidelijk uit in een verklaring, met het voorstel de beide begrotingen op te sturen naar het bisdom. En dat gebeurde ook. Door de bouw van een nieuw wijkgebouw in Groot Douwel zou het “Trefpunt” aan de Gildenburg vrij komen.Daarom werd de woningbouwvereniging ’Onder Dak’ schriftelijk ( 4-3) benaderd over de mogelijke huur van het “Trefpunt” als pastoraal centrum voor de parochie i.o. Op 17 maart werden de kandidaten voor de eerste communie in een viering aan de parochianen voorgesteld. Op 8 mei mochten 13 kinderen voor het eerst deelnemen aan de Eucharistieviering van de parochie. Vicaris Vermeulen kwam op 24 maart naar Colmschate om er voor de eerste keer het h.vormsel te vieren. Tijdens de Paaswake in april werden drie kinderen gedoopt: Svenja Raijmakers, Sander van Veen en Marijn Stappers. In Colmschate werd na de officiële eerste steenlegging van het nieuwe wijkgebouw door wethouder Duimel, deze plechtigheid op 9 juni nog eens op een alternatieve wijze overgedaan door het projectbestuur, waarvan Joop van der Meer toen voorzitter was. Een door de buurtbewoners gemaakt mozaïek met de naam “De Polakkers” werd onthuld. Op 18 juni 1979 kwam het antwoord van het bisdom op de twee ingediende begrotingen binnen met de toezegging van f.60.000 startsubsidie, uitgestreken over 5 jaar. Dit was precies het bedrag dat Colmschate begroot had boven de begroting van de C.v.O. De dekenale financiële adviseur dhr.Witz ging toen met Fred Velner samen aan het werk om een begroting te maken voor de komende 5 jaar. Na de vakantie, op 28 augustus, kwam de pastorale werkgroep weer bijeen en werd de begroting nog eens uitvoerig besproken. Nu de oprichting van de nieuwe parochie toch dichterbij kwam, besloot de pastorale werkgroep een commissie in het leven te roepen die een informatie nota zou maken met het oog op het vormen van een voorlopig interim-bestuur, omdat men voor de oprichting van de parochie toch een kerkbestuur nodig had. Tevens zouden enkele leden van de pastorale werkgroep zich gaan buigen over de mogelijke parochiegrenzen. De naam van de parochie. Aan de toekomstige parochie werd bekend gemaakt hoe de zaken er voor stonden en aangekondigd dat er ook een naam gekozen zou moeten worden.Alle parochianen kregen de gelegenheid daartoe ideeën aan te dragen. Naast enkele andere namen, werd door Henk Kemerink de naam van Titus Brandsma naar vore gebracht. Hoewel er maar weinigen iets van deze Carmeliet wisten, werd bij de uiteindelijke keuze toch met ruime meerderheid deze eigentijdse figuur als patroon voor de toekomstige parochie aangenomen. Een keuze die van grote betekenis zou worden voor de parochie. Hoe kwam men bij zijn naam? Al gauw na het bericht van zijn sterven in Dachau in 1942 en nog tijdens de bezetting van Nederland werd zijn naam steeds meer bekend via bidprentjes.En direct na de bevrijding van het zuiden in 1944 werden enkele brieven van Titus in “Mijn Cel” en “Het laatste geschrift” uitgegeven met een oplage van ruim 8000. In 1947 verscheen al een eerste korte levensbeschrijving van Aukes , gevolgd door een uitvoerige biografie in 1961. Deze werd voorafgegaan in 1951 door de levensbeschrijving van Titus door Borocardus Meijer, zijn medebroeder. In talrijke dagbladen verschenen artikelen over hem. Straten,scholen en verkennersgroepen hadden zijn naam gekregen. En dat niet alleen in Nederland. Door die groeiende belangstelling voor en devotie tot Titus, werd in 1953 een begin gemaakt met zijn zaligverklaringproces, hier in Nederland. Dat werd afgesloten in 1957. Het vervolg in Rome kon beginnen. Men verwachtte dat het rond 1980 afgesloten zou worden. In Oss kreeg hij een standbeeld bij de HBS, het latere Titus Brandsma Lyceum. In Nijmegen werd een gedachteniskapel gebouwd in 1960. En er werden herdenkingsbijeenkomsten gehouden rond Titus. Hij was immers een voorbeeld van trouw aan zijn Kerk, zijn Karmelorde maar ook aan zijn volk en vaderland. Daarom werd hij in 1982 postuum onderscheiden met het ’Verzetsherdenkingskruis’. Titus was dus volop in beeld! Met de keuze van zijn naam heeft de parochie iemand naar Deventer gehaald, die zelf meermalen deze stad bezocht heeft.Op 11 november 1931 hield hij in de Bergkerk een toespraak over de ’vrede’, en in 1940 was hij aanwezig bij de onthulling van de gedenksteen ter ere van Geert Grote naast de Lebuinuskerk en hield bij die gelegenheid zijn toespraak “Zijn keer naar de Heer” Bij zijn zaligverklaring werd hij aan de wereld ten voorbeeld gesteld niet alleen als martelaar maar ook als ‘profeet van verzoening’, ‘die haat niet met haat beantwoordde maar met liefde‘. Voor de parochie dus alle reden om zijn inspirerend voorbeeld later ook tot leidraad te nemen voor het parochiebeleid, onder het motto: “Aandacht voor God en mensen”.,de woorden van Titus gedachtig: “Wij leven te veel ons eigen leven en denken te weinig aan hoe wij door God met elkaar en alle tezamen met Hem verbonden zijn”. In de vergadering van de pastorale werkgroep (20-9) werd het concept van de informatie-nota gepresenteerd door Wim Brinker en van A tot Z doorgenomen. Met enkele correcties werd dit stuk aangenomen en door de hele pastorale werkgroep ondertekend, met slechts één onthouding. Het goed gekeurde stuk kreeg de naam: “GROOT COLMSCHATE MORGEN” In deze nota was het besluit van de pastorale werkgroep opgenomen een Interim Parochiebestuur te benoemen voor de periode 1 oktober 1979 tot 31 december 1980, met als opdracht: 1. De vorming van een zelfstandige parochie met een democratische bestuursstructuur. 2. Het opstellen van een begroting en een werkprogramma voor genoemde periode. De voorbereidingscommissie van deze nota werd gekozen als interim bestuur en zag er als volgt uit: Voorzitter: Wim Brinker Secretaris: Henk van Uitert Penningm.: Fred Velner lid: Aad Lansbergen lid: Jan Klein Swormink Zij moesten het overleg gaan voeren met het dekenaat. Ook was er een voorstel klaar m.b.t. de mogelijke parochiegrenzen om daarmee in overleg te gaan met het parochiebestuur in Schalkhaar. Door de keuze van het Interim Bestuur ontstond er een hele wijziging in de pastorale werkgroep. Er heerste eerst even wat verwarring m.b.t. de vraag: wie doet wat? Voor het Interim Bestuur lag er een duidelijk omschreven taak in de nota “Groot Colmschate Morgen”. Maar voor de pastorale werkgroep? Deze groep bestond toen nog uit: Nel Schasfoort en Ellie Brinker, Joop van de Meer, G. Jeurnink en Henk Kemerink. Zij spraken af zich op deze nieuwe situatie te gaan bezinnen en zich vooral te gaan toeleggen op de pastorale activiteiten. Als pastorale groep nieuwe stijl kwamen zij daartoe twee keer bij elkaar (25-10 en 7-11) onder het motto: “werken aan en naar een eigentijds verantwoord pastoraal beleid”. Als belangrijk onderdeel daarvan zien zij: “Een nieuw communicatie systeem tot stand brengen tussen de verschillende werkgroepen”. bv. Het vormen van een liturgisch beraad en een publiciteitscluster. Zo lag er al voordat de parochie was opgericht een flink stuk beleid op tafel. Om deze beleidsplannen ingang te doen vinden werd er een avond belegd (10-12) met de contactpersonen van alle werkgroepen. Op die manier dacht men een zinvolle algemene avond te kunnen organiseren voor alle leden van die werkgroepen in januari 1980 om dan aan hen hun plannen te kunnen presenteren, uit te leggen en de vrijwillig(st)ers er voor te winnen. Met de hoogste klas van de basisschool had de pastor - ook al was hij geen toneelregisseur- het idee opgevat een kerstspel in te studeren. Het werd: “De nieuwe kerststal van de pastoor” van Godfried Bomans.Met veel enthousiasme en plezier werd er geoefend. Op tweede kerstdag werd het onder grote belangstelling uitgevoerd in “Het Hof van Colmschate”. Het Interim Bestuur had op 24-10 een vergadering met de Financiële Adviescommissie van het dekenaat (FAC ), vertegenwoordigd door dhr. Witz en Jannink, n.a.v.een brief van het kerkbestuur van Schalkhaar m.b.t. de financiële regeling met Colmschate Het kerkbestuur zelf was bij deze vergadering niet aanwezig. Er werd in deze bijeenkomst besloten: - dat Colmschate vanaf 1-1-1980 als zelfstandig beschouwd werd en dan ook zou beginnen met eigen beheer van de financiën; - dat m.b.t.het vijfjarenplan het jaar 1979 niet meegeteld werd maar men zou beginnen te tellen per 1-1-1980. - de tekorten in de begroting zouden betaald worden door: 1.Het solidariteitsfonds van het dekenaat 2.Het kerkbestuur van Schalkhaar (de moederparochie). Opnieuw bleken in deze vergadering de verschillende uitgangspunten m.b.t.het opmaken van de begroting en nu mét de toezeggingen van het bisdom en mét de afspraken met de Carmelorde, verwarring te stichten. De conceptbegrotingbrief zou met enkele wijzigingen herschreven worden, op 8 november opnieuw besproken en in een vergadering vastgelegd worden met het kerkbestuur van Schalhaar. Een andere vergadering had er plaats op 6 januari 1980 o.l.v. Ton Hogema met de beleidscommissie van het dekenaat (B.C.) en het Interim Bestuur. Er werd hoofdzakelijk gesproken over de verwachtingen van het dekenaat t.a.v. Colmschate en van Colmschate t.a.v. het dekenaat. Wat de toekomstige parochie van het dekenaat verwachtte was allereerst een positieve opstelling en steun aan een beleidsvisie die ruimte bood aan een eigentijds pastoraal handelen d.w.z.dat parochianen medeverantwoordelijkheid zouden ‘krijgen’ en ’nemen’. Ook bij deze vergadering kwamen de financiële uitgangspunten ter sprake, die bij de FAC - ten onrechte- het beeld hadden opgeroepen dat ‘Colmschate steeds meer vroeg’. Men kwam niet door de agenda heen en zou op 29 januari 1980 opnieuw samenkomen, ook o.l.v. Ton Hogema, om de grenzen van de parochie te bespreken en de nota “ Groot Colmschate Morgen”. DE PAROCHIEGRENZEN. Het oprichten van een parochie vraagt niet alleen om een naam maar ook oom de bepaling van het territorium. Jan Klein Swormink, G.Jeurnink en de pastor stapten in de auto van Jan om de mogelijke grenzen te bekijken. Het advies zowel van het dekenaat als van het bisdom luidde:’zoveel mogelijk vaste , natuurlijke grenzen aan te houden’. Daarom werd aan de parochies Vianney en Lettele gevraagd of zij bereid waren tot een kleine grenscorrectie. Dit leverde bij geen van beide parochies ook maar enig probleem op. De nieuwe parochie zou in feite betekenen de splitsing van het territorium van de Nicolaas Parochie te schalkhaar. Op 23 november 1979 ging er een concept voorstel van Colmschate naar het kerkbestuur van Schalkhaar. Hoe spijtig ook, maar dit voorstel werd niet gebruikt om in alle redelijkheid om de tafel te gaan zitten en samen tot een verstandige besluit te komen; neen, dit voorstel werd zonder meer schriftelijk (14-12) afgewezen. De dekenale beleidscommissie kwam er aan te pas. Op verzoek van vicaris Verm eulen deed de B.C. in een schrijven d.d.11-1-1980 enkele voorstellen om er uit te komen. Het was interessant en merkwaardig dat de B.C. daarbij het argument hanteerde dat “het door het Interim Bestuur van Colmschate voorgestelde, psychologisch in sterke mate op Schalkhaars gebied kwam”, terwijl het ging over een nieuwe stadswijk die pastoraal gezien ’helemaal’ Schalkhaars gebied was, De gevraagde reacties brachten ook op dit schrijven geen oplossing. De B.C. vroeg toen aan beide besturen 2 leken-leden met volmacht af te vaardigen naar de reeds geplande vergadering o.l.v. Ton Hogema. Aan het begin van deze vergadering (29-1) bleek evenwel dat de vertegenwoordigers van Schalkhaar niet de gevraagde volmacht hadden, “Is het dan wel zinvol te vergaderen? “, was de vraag van de deken. Toch werd er nog lang over gepraat. Opnieuw werd duidelijk dat er een onaangename sfeer hing ten gevolge van de begroting zoals die door de C.v.O. in 1979 was vastgesteld. Ook nu kwam men er niet uit en ging men met een ontevreden gevoel naar huis. Uiteindelijk ging Colmschate maar akkoord met de grensbepaling van Scalkhaar. Heel opmerkelijk t.a.v.deze vaststelling van de grenzen van de nieuwe parochie is nog het commentaar van de pastorale structuurcommissie van het Aartsbisdom d.d.25-8-1980.: “Het is onduidelijk waarom de gemeentegrens van Deventer niet is aangehouden als parochiegrens? Onder verschillende opzichten was dit zinniger geweest: pastoraal gezien zullen de bewoners van Colmschate-Noord een eenheid vormen, organisatorisch wordt een eenheid van optreden naar buiten nu onmogelijk gemaakt“. Jaren later zou nog eens opnieuw duidelijk worden, bij een nieuwe poging tot een grenscorrectie, hoe onredelijk en onwillig Schalkhaar zich bleef opstellen.