“In den beginne schiep God hemel en aarde….en God zag dat het goed was”.

Jaar in, jaar uit klinken deze prachtige woorden aan het begin van de Paasnachtviering. In die nacht horen we hoe “in den beginne” chaos en duisternis werden omgevormd tot een aarde waar mensen vrij uit mogen leven en waar het leven wordt genoten, waar de natuur om haar schoonheid wordt bewonderd, waar de dieren vrij rondlopen en vliegen, waar mensen elkaar zien en waarderen als Gods evenbeeld, waar de liefde alles in allen is.

Deze mooie woorden staan in schril contrast met de werkelijkheid van onze dagen. Het coronavirus houdt de gehele wereld in zijn beklemmende en besmettende greep. De bewegingsvrijheid van mensen is beperkter dan ooit en het nieuws in de Paasdagen wordt meer beheerst door de dood van tallozen dan door het zonnige en ontluikende lenteleven in de natuur. Het “mooie” leven m.a.w. wordt overschaduwd door ziekte, lijden en dood.

Moeten we in de Paasnachtviering van 11 april a.s. die mooie scheppingswoorden uit Genesis dan maar een keer overslaan?

Ik mag hopen van niet. Want – hoezeer de verdrietige feiten van nu ook een andere taal spreken – ik weiger die mooie woorden van de Paasnacht zomaar prijs te geven. Ik voel mij daarin geruggesteund door de andere verhalen die diezelfde Paasnacht  verteld worden. Een verhaal over het joodse volk dat ten dode leek opgeschreven maar dat midden in de nacht opstond om op zoek te gaan naar leven in vrijheid. Ze bleven niet staan bij de uitzichtloze trieste zee. Nee, ze gingen op weg, zetten hun voeten in het water..en kwamen zo aan de overkant… bevrijd... opnieuw geboren. En het paasevangelie in de Paasnacht verhaalt van vrouwen die op weg zijn om de dode Jezus te verzorgen. Zij zijn in en in verdrietig. Maar bij zijn graf aangekomen - op het eigen terrein van de dood -  horen zij de vreugdevolle boodschap. “Hij is niet hier..Hij is opgestaan..Hij leeft!

Al deze verhalen uit de H. Schrift  zijn bewaard om mensen van alle tijden, ook ons,  een hart onder de riem te steken. Zij zijn geschreven ter bemoediging van mensen die niet meer verder kunnen of verder willen…mensen die blijven staan bij de trieste zee van ziekte, lijden en dood...die zich wanhopig afvragen hoe ze zonder hun geliefde verder moeten…die bang zijn voor de toekomst van de wereld. De verhalen van de Paasnacht zeggen ons: ziekte, lijden en de dood hebben uiteindelijk niet het laatste woord. Het door God geschapen leven laat zich uiteindelijk niet kisten. In Zijn Zoon Jezus heeft God dat voor eens en altijd duidelijk gemaakt. Het leven, leven in liefde en zorgzaamheid zoals Hij dat gedaan heeft, is zelfs door de dood niet kapot te krijgen .“Hij is niet hier…Hij is opgestaan…Hij leeft”.

En die laatste woorden zie ik ook nu in onze wereld  bewaarheid worden - dwars door corona, ziekte en lijden heen –. Hij is opgestaan…Hij leeft!  Nog steeds. In mensen die net als Hij leven vanuit zorg en liefde voor anderen. Hij leeft…in verpleegkundigen en artsen die opstaan en op weg gaan naar de ziekenhuizen en IC’s om daar zorgzaam mensen te behandelen. Hij leeft…in mensen die alles doen om het virus en de gevolgen daarvan te bestrijden: schoonmaakpersoneel, brandweer, vuilnisophalers, agenten, verzorgenden etc.

God-zij-dank zijn er nog steeds heel veel mensen die leven vanuit zorgzaamheid en liefde voor elkaar en deze wereld.

Met deze mensen in gedachten kan ik – en ik hoop ook u – met vreugde in het hart ook anno 2020 blijven luisteren naar die mooie woorden in de Paasnacht:  “In den beginne schiep God hemel en aarde….en God zag dat het goed was”.

Zalig Pasen.

Harry Bloo, pastoraal werker H. Kruis- en H. Lebuinusparochie