%20" async>
Schrijf u in op onze nieuwsbrief

VERKONDIGEN WIJ HET MYSTERIE VAN ONS GELOOF, 2

Voordat de mis begint eerst enkele inleidende opmerkingen. In deze artikelenreeks gaat het om de uitleg van tekst en betekenis van  de heilige mis. Dit aan de hand van de zogenoemde ‘expositio missae’. Dat is de vaste tekst van de mis zoals opgenomen in het Romeins Missaal uit 1975.  Die tekst is in zwart en rood gedrukt. De in zwart gedrukte tekst geeft aan wat er dient te worden gezegd. De rode tekst  wanneer, wat, door wie en waarmee er gedaan of gezegd wordt. Zo laten beide tekstvormen het verloop van het ritueel zien. Het gaat om in totaal 602 verzen. Het gaat hier (uiteraard) om de mis met het volk.  Priester en volk zijn dus de partijen.

Het gehele ritueel van de mis bestaat uit vier delen. Die volgen elkaar op, een zogenoemde sequentie. Allereerst A. de ‘ritus initiales’ (vanaf vers 1), de inleidende riten. Dan volgt B. de dienst van het woord (vanaf vers 81), gevolgd door C. de liturgie van de eucharistie (vanaf vers 164). Tenslotte is er D. de ‘ritus conclusionis’, ofwel de slotritus. Ik beschrijf het verloop van de riten. Dat heeft iets opsommends, daar is geen ontkomen aan. Wel probeer ik ook oog te hebben voor de innerlijke samenhang van het geheel en dat ook te verwoorden. Hopelijk kan uit de beschrijving af en toe iets oplichten van het grote geheim dat wordt gevierd.

De herinnering aan Jezus neemt natuurlijk een centrale plaats in wanneer de eucharistie wordt gevierd. Daarnaast gaat het om een maaltijdviering èn om het vieren van een offer. Dat laatste is essentieel. Dat wil zeggen dat de missa of mis zèlf een offer is. Het is dus meer dan alleen een herinnering aan het offer dat Jezus heeft gebracht. En dat betekent vervolgens dat het offer van de eucharistie zich slechts aan de gelovigen kan voltrekken, wanneer zij zich iets min of meer eigen hebben gemaakt. Dan wel ervoor geschikt zijn. Nog anders gezegd, in de eucharistie vindt de wonderlijke ruil plaats van God die zich wegschenkt en de mens die op deze gave antwoordt. Zo geeft de eucharistie gestalte aan de wijze waarop God zich aan de mensen openbaart. En de vaste tekst van de mis is daarvan het raamwerk. Of mag ik zeggen, zoals een lichaam een geraamte heeft, zo kent het lichaam van Christus deze structuur?

Nogmaals, dit is geen alledaagse kost of makkelijke materie. Daarom is een eenvoudige weergave van zaken heel lastig. Langzame lezing, rustige overweging en niet alles tegelijk lijken me een goed idee. Daarnaast is de redactie van mening dat er ook wel enige moeite voor mag worden gedaan. Hoe dan ook, laat u ook vooral niet afschrikken door een enkele latijnse term.

De mis begint

Openingsritus

Dit duidelijke begin van het geheel valt in drie delen uiteen, nl. a) exordium, b) introductio en c) praeparatio.

Bij exordium dienen we te denken aan weefsel op het getouw zetten en aan orde. Veelzeggende beelden in dit verband. De introductio duidt op het binnenvoerende of inleidende karakter van de openinsgsrituelen. Dit terwijl de praeparatio alles te maken heeft met de daadwerkelijke voorbereiding op het voltrekken van het ritueel. Alle drie hebben gemeen dat ze een houding of attitude willen bevorderen; zo worden we actief binnen gevoerd in de ruimte van de rite. Want wat gebeurt er allemaal in die openingsritus? Kijk maar en zeg ‘o ja’. Of laat u verrassen. De opgesomde inhoud is als volgt: introitus, begroeting, verering altaar, kruisteken en salutatio, introductio en actus paenitentialis, kyrie, gloriahymne en oratio, het openingsgebed.

Het allereerste woord van de tekst van de mis is het woord ‘populus’, oftewel volk, in de uitdrukking ‘populo congregato’. De vertaling is: het volk dat is verzameld. Maar het onderwerp ervan is verzwegen en laat dat nu God zelf zijn. Door deze uitdrukking worden in feite de beide partijen geïntroduceerd die een hoofdrol spelen in het voltrekking van het ritueel. God en het volk dus. Deze uitdrukking impliceert bovendien dat het volk reeds vergaderd is wanneer de priester en zijn assistenten opgaan naar het altaar. De beweging van het begin is daar ook op gericht, op naar het altaar gaan (ad altare). De verering van het altaar staat zowel aan het begin als aan het einde van het ritueel.

Bij binnenkomst van de priester en zijn assistenten staan de gelovigen en klinkt de cantus ad introitum, de openingszang. Zowel het staan als de zang hebben tot doel de eenheid van de aanwezigen te bevorderen. Het kruisteken door priester en gelovigen gebeurt ook staande. Dit teken legt een verbinding tussen het sacrament van de doop en de eucharistie. Want de doop vindt immers ook plaats in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Dit zijn de eerste woorden van de priester binnen deze context van een uitgebreide rituele dialoog. Zo wordt van meet af aan dit ritueel van de mis geplaatst ‘in de Naam van de drie-ene God’. Dit wordt door het volk uitdrukkelijk beaamd met een ‘Amen’. En die naam klinkt als eerste uit de mond van de priester en ook praktisch als laatste, aan het einde van de viering.

Na het kruisteken volgt de salutatio, de begroeting van het volk door de priester. Hij doet dat in woord en gebaar, de armen uitspreidend. Het woord van hem daarbij is ontleend aan de apostel Paulus: “De genade van onze Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u”. Via deze begroeting geeft de priester aan de verzamelde gemeenschap te kennen dat zij de Heer in haar midden tegenwoordig mag weten. Daarop reageert het volk met: “En met uw geest”. Een wensgedachte.

Dan is het moment van de introductio daar: het eigene van die dag wordt meegedeeld, zoals weergegeven in de lezingen die zullen volgen. Vervolgens is de tijd rijp voor de schuldbelijdenis, de actus paenitentialis. Daartoe nodigt de priester uit, gevolgd door een moment van stilte en daarna de belijdenis en de absolutio. Het inzien van en erkennen van onze tekorten staat uitdrukkelijk in het kader van een bekwaam of geschikt maken voor wat er volgt, het deelnemen namelijk aan het mysterie van de eucharistie. Het onderwerp van het schuld belijden is duidelijk het ‘ik’ (ik belijd…). Dat betekent dat er geen gezamenlijk tekort wordt beleden maar er wordt een door-ieder-afzonderlijk-in gezamenlijkheid tekort beleden. Dit terwijl de absolutie door de priester wel in de wij-vorm plaats vindt. “Moge de almachtige God zich over ons ontfermen, onze zonden vergeven en ons geleiden tot het eeuwig leven. Het ‘Amen’ van het volk hierop is dan een dialogisch amen.

In het Kyrie eleison wordt gevraagd om Gods ontferming. Dit zijn Griekse woorden, waarbij ‘eleison’ een gebedsoproep is met een bijbelse oorsprong. Te vinden in enkele psalmen en in het nieuwe testament bij Jezus steeds in de context van ziekte en genezing. In eerste instantie wordt Christus aangesproken met Kyrie ofwel Heer. Het bidden of zingen van het Kyrie eleison vindt plaats tussen priester en volk of koor en volk, om en om ofwel alternerend. De lofzang of gloriahymne wordt in de zondagsliturgie gezongen dan wel gebeden, door de week niet. Daarom is deze hymne wellicht meer van rituele dan van grote inhoudelijke betekenis; zij wordt immers vaker niet dan wel gezongen/gebeden.

Hierna zegt de priester: “Laten wij bidden”, na de handen te hebben gevouwen. Dan volgt een rituele stilte, waarin allen samen met de priester bidden, in stilte dus. Hierop volgt het gebed van het volk, bij monde van de priester. Na die ‘oratio’ betuigt het volk haar instemming met het ‘Amen’ als acclamatie. Priester en volk staan hier niet tegenover maar naast elkaar, op God gericht. En samen luisteren ze vervolgens naar het woord van God.